
Draagvlak legitieme portie groter dan verwacht
Leestijd: 10 minutenAfschaffing legitieme portie ligt niet voor de hand
‘80% van de Nederlandse bevolking is tegen volledige afschaffing van de legitieme portie. Het draagvlak blijkt veel groter dan we dachten. Tegelijk is heel duidelijk dat mensen hier verschillend in staan, afhankelijk van hun positie. Het is dus maar net wie je het vraagt. Er is best iets te verbeteren aan regeltjes, maar afschaffing van de legitieme portie ligt niet voor de hand.’ Professor Wilbert Kolkman neemt ons mee van de Romeinen tot het recente onderzoek door juristen en sociologen.
Is er bij de Nederlandse bevolking nog draagvlak voor de legitieme portie? Een groep van zeven wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) van de Faculteit Rechtsgeleerdheid en van de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen kreeg de opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid om die vraag te onderzoeken. Wilbert Kolkman, hoogleraar familievermogensrecht, was een van de onderzoekers.
Romeinse basis in de 21ste eeuw
Voor zover we weten, zijn de Romeinen de grondleggers van de legitieme portie: een minimum erfdeel voor kinderen. In die tijd erfde je als je nog jong was, stel gemiddeld een jaar of vijftien jaar. Een vijftienjarige moet je verzorgd achterlaten. Tegenwoordig is de gemiddelde Nederlander ruim tachtig als hij overlijdt. En wat is dan het gemiddelde kind? In de vijftig. Dan kun je zeggen: heeft dat kind dan nog wel een erfenis nodig?
‘Naast de totaal andere demografie, is ook de maatschappij sterk veranderd’, legt Kolkman uit. ‘Oók sinds de ontwikkeling van het huidige erfrecht, dat in de jaren 50 tot 90 van de vorige eeuw werd ontworpen en waarin werd verondersteld – én niet echt onderzocht – dat er nog steeds behoefte was aan een legitieme portie. Die kwam dus terug in het “nieuwe” erfrecht in 2003, in een aangepaste vorm. Twintig jaar later was de gedachte: familiebanden zijn losser geworden en de verzorgingsgedachte speelt minder, dus is de legitieme portie niet meer zo nodig. De minister wilde daarom weten hoe het zat met het maatschappelijk draagvlak voor de legitieme portie en met de gevolgen van eventuele afschaffing voor kinderen vanaf 21 jaar.’
Brede aanpak
De onderzoeksgroep heeft een representatieve groep van ruim vijftienhonderd Nederlanders via een vragenlijst naar hun mening gevraagd. Daarnaast spraken zij in focusgroep-bijeenkomsten en individuele interviews met mensen met ervaring met de legitieme portie: ouders die kinderen onterfd hebben, kinderen die onterfd zijn en panels van verschillende professionals, waaronder notarissen, advocaten, rechters, mediators en adviseurs in de agrarische bedrijfsopvolging. Dit zorgde voor een breed scala aan perspectieven en inzichten. ‘Het mooie is dat we dit onderzoek gedaan hebben vanuit het juridische en het sociale perspectief. Die samenwerking maakte dat we veel zuiverder onderzoek hebben kunnen doen naar “wat Nederland vindt” dan puur vanuit juridisch oogpunt’ vertelt Kolkman.
Familiebanden: wel anders, niet losser
Een van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek was dat er meer draagvlak bleek te zijn voor de legitieme portie dan eerst werd gedacht. Een belangrijk inzicht vanuit de sociologische kant was dat de familiebanden wel [curs]anders[/curs] zijn geworden, maar niet per definitie losser. En andere familiebanden betekenen bij heel veel Nederlanders niet: schaf die legitieme maar af. Slechts 19 procent van de bevolking vindt dat de legitieme portie zonder meer afgeschaft kan worden.
‘Tja, dat is dus geen draagvlak.’ Wilbert Kolkman legt uit dat dit past in de trend die zichtbaar is in een internationale onderzoeksgroep, uit twintig verschillende landen. ‘Dan zie je heel duidelijk een beweging in Europa van een verzwakking van de legitieme, maar niet van een afschaffing. Men vindt dus ook in Nederland nog steeds dat je niet zomaar je kind moet kunnen onterven, ook niet als daar specifieke redenen bij gegeven worden. 40 procent is zonder meer tegen het afschaffen van de legitieme. Zij vinden: je hebt een band, je bent een ouder van een kind en die band snijd je niet zomaar door en dat doe je wel met een onterving.
Bij nog eens 40 procent hangt het af van de reden voor onterving. Zij zijn in sommige gevallen vóór afschaffing van de legitieme portie en in sommige gevallen tegen. De meningen binnen deze groep zijn heel divers. Waar de een vindt dat onterving moet kunnen als er al jaren geen contact is, vindt de ander dat niet en vindt die weer dat een kind geen recht moet hebben op de legitieme als het familiebedrijf daardoor in gevaar komt. De grootste overeenstemming zat nog bij het beperken van rechten van verslaafde kinderen, maar ook daar was geen echt duidelijk draagvlak voor afschaffing.’
Wat doen eigen ervaringen met de mening over afschaffing?
‘Heel veel. Het is echt wie je het vraagt. Kinderen die door hun ouders onterfd zijn, vinden over het algemeen dat de legitieme portie behouden moet worden. Het gaat dan niet eens altijd over de financiële impact, maar veel meer over de psychologische kant: het niet worden gezien als kind. Deze groep geeft ook vaak aan dat ze graag hadden willen weten waarom ze onterfd zijn. Dat hadden ze willen bespreken met hun ouders of in het testament willen teruglezen.
Ouders die onterfd hebben (de erflaters), zijn juist duidelijk vóór afschaffing van de legitieme portie. Het zelf kunnen beslissen over hun erfenis is een belangrijke reden voor hen. “Mijn kind komt al jaren niet op bezoek en komt dan straks z’n hand ophouden” Ook hebben erflaters vaker de behoefte om hun vermogen met echt maatwerk te kunnen nalaten, zonder belemmeringen, zoals bij kinderen met een verslaving of bij een familiebedrijf.’
En bij de professionals?
‘Meningen lopen ook hier sterk uiteen, zelfs binnen de verschillende beroepsgroepen. Bijvoorbeeld over de vraag of een toelichting op een onterving verplicht zou moeten zijn in het testament (in een ‘considerans’): volgens de één leidt dit tot meer begrip, volgens de ander juist tot meer boosheid en meer procederen.
Over een aantal dingen zijn de professionals het wel eens: procedures zullen anders worden, niet minder. Als er geen legitieme portie meer zou zijn, kan je daarover niet meer procederen. Maar wel over de geldigheid van testamenten, dus die procedures zouden dan toenemen.
Ook zien zij voordelen aan het toestaan van een erfovereenkomst: het bij leven maken van afspraken over de nalatenschap. In onder meer België en Duitsland is dat mogelijk: daar kan je bijvoorbeeld vastleggen dat je de legitieme portie niet zult opeisen. In Nederland zijn zulke afspraken ongeldig (‘nietig’), ook al gebeurt het in de Achterhoek wel bij agrarische families. Een van de aanbevelingen aan de wetgever is dus om erfovereenkomsten mogelijk te maken: hier is behoefte aan in de praktijk.’
Suggesties aan de wetgever
De onderzoeksgroep heeft een aantal suggesties aan de wetgever gedaan. Allereerst het mogelijk maken van de erfovereenkomst, zoals in de gesprekken met de professionals aan de orde kwam. Ook adviseren ze opnieuw te kijken naar de mogelijkheid een testament aan te vechten bij misbruik van omstandigheden, bijvoorbeeld bij financieel misbruik van een oudere. Nu kan dat namelijk niet. Een andere suggestie gaat over het onderzoeken van een verplichte ‘considerans’: om ouders te verplichten de reden van onterving in het testament op te nemen, zodat kinderen begrijpen waarom ze zijn onterfd. Verder bevelen zij aan de berekening van de legitieme portie te vereenvoudigen en de informatievoorziening hierover te verbeteren, om juridische procedures te verminderen.
Kolkman: ‘Onze verwachting is wel dat de wetgever iets met de aanbevelingen gaat doen, zoals het heroverwegen van de regel dat er niet geprocedeerd mag worden vanwege misbruik van omstandigheden bij het maken van een testament. Het heeft niet de hoogste prioriteit in de politiek – je gaat hier geen verkiezingen mee winnen – maar er is wel wat beweging in het familie- en erfrecht met het huidige conceptwetsvoorstel om erfenissen voor minderjarigen beter te beschermen.’
Welke suggesties heb je voor erflaters en erfgenamen?
‘Voor de erflaters: denk goed na. Denk echt goed na voordat je een kind onterft, en heb het erover met je kinderen. Een verklaring bij leven – hoe moeilijk ook – maakt dat het beter begrepen wordt als je er niet meer bent. Tegen erfgenamen zou ik willen zeggen: van procederen wordt niemand blij, op een paar uitzonderingen na. Je hebt dan misschien een ton binnengesleept, maar de hele familie is naar de knoppen.’
Lees het hele onderzoek via: www.allesovererven.nl/artikel/draagvlak-legitieme




