
Erfbelasting: noodzakelijk kwaad of sleutel tot meer gelijkheid?
Leestijd: 5 minutenDe komende jaren trekt een ‘erfenisregen’ over Nederland. De grootste vermogensoverdracht ooit is gaande: de babyboomgeneratie laat haar bezittingen na aan kinderen, kleinkinderen of goede doelen. Met die overdracht komt ook de erfbelasting opnieuw in het vizier. Is het een boete op nalatenschappen, of juist een van de eerlijkste belastingen die we kennen? In deze nieuwe serie laten we opiniemakers vanuit verschillende invalshoeken aan het woord. Fiscaal advocaat Dr. Ineke Koele trapt af met een algemene beschouwing van het systeem van onze erfbelasting én suggesties ter verbetering.
“De erfbelasting is een van de weinige instrumenten waarmee je ongelijkheid echt kunt beteugelen, maar er is wel iets aan te verbeteren.” zegt Ineke Koele. Zij adviseert ondernemende families en internationale cliënten over nalatenschappen en werkt met de Nederlandse erfbelasting en met vergelijkbare belastingen in andere landen.
De erfenis van Napoleon
Nederland kent een belasting op de verkrijging: er wordt gekeken naar wat de afzonderlijke erfgenamen ontvangen uit een erfenis of een schenking. Dat is niet overal zo. Er zijn ook landen die een nalatenschapsbelasting hebben. Dan vormt de nalatenschap een soort afgescheiden, zelfstandig vermogen, dat belast wordt voordat het wordt verdeeld tussen de erfgenamen. De basis van ons systeem heeft te maken met het ‘saisine-beginsel’, geïntroduceerd door Napoleon: zodra iemand overlijdt, worden de erfgenamen onmiddellijk eigenaar van diens vermogen, inclusief rechten en plichten. Daar past een verkrijgingsbelasting bij.
“Als er drie kinderen zijn, begint elk kind opnieuw met een vrijstelling en met een laag tarief, dat vervolgens oploopt,” legt Koele uit. Kinderen betalen 10 tot 20 procent erfbelasting, verre familie of niet-familie 30 tot 40 procent. De tarieven zijn dus progressief én afhankelijk van de familieband. Bij een nalatenschapsbelasting is dat niet zo: daar gelden de tarieven en de vrijstellingen voor de nalatenschap als geheel.
Complexiteit door lage vrijstellingen
“Internationaal gezien zijn de Nederlandse percentages tussen ouders en kinderen niet bijzonder hoog. Bij zo’n nalatenschapsbelasting loopt het tarief snel richting de 40 à 50 procent over het hele vermogen. Wat Nederland wél onderscheidt, is dat de vrijstellingen relatief laag zijn. Een kind kan ruim 25.000 euro belastingvrij erven, een partner ruim acht ton – maar van een volledige vrijstelling tussen partners is geen sprake. Dat leidt tot onnodig complexe testamenten, waarin de fiscaliteit een belangrijke rol speelt. Veel testamenten gaan over de situatie waar een partner als langstlevende moet blijven genieten van het vermogen, terwijl kinderen ook al erven. Als er geen erfbelasting zou zijn op dat moment (maar heffing uitgesteld zou worden tot het overlijden van de langstlevende), zou dat heel veel eenvoudiger zijn, en minder weerstand geven.
Ongelijkheid en democratie
Voor Koele ligt de kern van de erfbelasting in de maatschappelijke functie om groeiende ongelijkheid te beperken. “Rijke mensen hebben disproportioneel veel invloed in wetgevende processen via traditionele en sociale media en lobby. Dit veroorzaakt ongelijkheid en dat ondergraaft de democratie. Onderzoek van de Amerikaanse bioloog Peter Turchin, die methodisch kijkt naar de opkomst en ondergang van menselijke beschavingen, laat zien dat extreme ongelijkheid in samenlevingen telkens weer tot instabiliteit en zelfs neergang leidt. Erfbelasting kan die balans van ongelijkheid deels herstellen”, zegt Koele.
“Het IMF en de Wereldbank adviseren in een vergelijk tussen vermogensbelasting en erfbelasting dat het veel beter is om niet aan een vermogensbelasting te beginnen, maar om gaten in bestaande regelingen voor erfbelasting te dichten, deze zo eerlijker te maken, en daarmee het vertrouwen in het systeem te herstellen.”
Het is volgens haar bovendien een van de minst verstorende belastingen. “Inkomstenbelasting, winstbelasting of BTW grijpen direct in op iemands dagelijks werk, op de economie. De erfbelasting daarentegen treft alleen wat iemand ontvangt zonder daar zelf iets voor te hebben gedaan en alleen bij het overlijden. Het profijtbeginsel is de basis. Dat is ook een heel helder uitgangspunt: je profiteert van iets, dus draag je bij.
Dood kapitaal of maatschappelijk nut
De erfbelasting kan bovendien een stimulerend effect hebben. De Schotse staalmagnaat Andrew Carnegie pleitte eind 19e eeuw in zijn Gospel of Wealth voor hoge erfbelastingen, juist om rijke ondernemers te bewegen hun vermogen tijdens hun leven in te zetten voor de samenleving.
“Veel vermogen draait alleen maar rond in financiële systemen en wordt niet op de meest impactvolle manier ingezet,” zegt Koele. “Dat noem ik dood kapitaal. Een stevige erfbelasting moedigt aan om dat kapitaal in te zetten voor zaken die er wél toe doen. Of dat nu steun is aan kinderen, investeringen in bedrijven of schenkingen aan maatschappelijke doelen.”
Daarom vindt ze dat schenken en nalaten aan maatschappelijke doelen altijd vrijgesteld moet zijn. “Het is in feite hetzelfde als wat de overheid doet met belastinggeld: bijdragen aan het algemeen nut. Alleen kies je dan zelf het doel.”
Hoe kan het beter?
“Er wordt heel hard gelobbyd om de erfbelasting af te schaffen, waarbij veel op de onderbuik wordt gestuurd. Andere partijen zien juist meer in een stevige verhoging van de erfbelasting”, zegt Koele. Zij pleit voor hervormingen die het systeem eenvoudiger en eerlijker maken:
- een volledige vrijstelling tussen partners zou veel ingewikkelde testamenten overbodig maken.
- hogere vrijstellingen voor kinderen, ook bij schenkingen. Bijvoorbeeld naar Duits model, waar hoge vrijstellingen gelden voor een periode van telkens 10 jaar. Dit zou families ruimte geven om kinderen eenvoudiger te helpen met studie, huis en andere levensbehoeften.
- gelijke behandeling van “chosen family” – vrienden of andere naasten met wie mensen een hechte band hebben – zou beter passen bij de moderne samenleving. “Het huidige systeem bevoordeelt biologische familie, terwijl een ook een flink deel van de bevolking geen kinderen heeft en juist sterke banden onderhoudt buiten het gezin. Dat onderscheid is niet meer van deze tijd.”
Uiteindelijk draait de discussie niet alleen om percentages en vrijstellingen, maar om vertrouwen. Burgers accepteren belastingheffing pas als ze geloven dat ook de allerrijksten eerlijk bijdragen.
“Belasting betalen is geen straf, het is een bijdrage,” zegt Koele. “Ik zeg altijd tegen mijn cliënten: wees blij dat je kan bijdragen. Belastingen zijn de prijs van beschaving.”
De BOR: uit de bocht gevlogen
Een veelbesproken uitzonderingsregeling in de erfbelasting is de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Dit is de grootste vrijstelling die we kennen. De regeling geldt bij de schenking of vererving van ondernemingsvermogen, om te voorkomen dat erfgenamen een bedrijf moeten verkopen om de belasting te kunnen betalen.
“Het idee is begrijpelijk,” zegt Koele, “maar in de praktijk is de BOR steeds ruimer geworden door gelobby. Hierdoor is het verschil tussen de regeling zelf en het doel en de strekking van de regeling groot geworden. De huidige grote vrijstelling voor bedrijven geldt ook wanneer zonder die vrijstelling verkoop van belangrijke onderdelen van het bedrijf helemaal niet aan de orde is. Daardoor betalen juist de rijkste families relatief weinig erfbelasting, ook al is het veel in absolute getallen. Denk aan de reconstructie uit het NRC over Bavaria. Dit schaadt het draagvlak voor de erfbelasting als geheel.”
Een unieke combinatie: erfbelasting én inkomstenbelasting tegelijk
Nederland kent trouwens een internationale bijzonderheid: bij overlijden van een ondernemer kan zowel erfbelasting als inkomstenbelasting verschuldigd zijn. Als een erflater een ‘aanmerkelijk belang’ in een bedrijf had, geldt namelijk bij overlijden een fictieve vervreemding: alsof de aandelen verkocht zijn. Vervolgens moet ook erfbelasting betaald worden. De gezamenlijke belastingdruk over het bedrijf in de nalatenschap kan daardoor oplopen tot bijna 60 procent.
“De meeste landen kiezen: óf een erfbelasting, óf een vermogenswinstbelasting. Nederland doet voor eigenaren van bedrijven beide,” aldus Koele. “Om dat te repareren is de BOR dan nodig, maar die combinatie maakt ons systeem onnodig ingewikkeld.”


