
Mátyás Bittenbinders: ‘Ik vertel het aan iedereen die het wil horen’
Leestijd: 5 minutenBioloog Mátyás Bittenbinders doet niet alleen belangrijk onderzoek naar slangengif, hij werpt zich ook op als ambassadeur van de natuur. Door verhalen te vertellen over planten en dieren, maakt hij een breed publiek bewust van de schoonheid én kwetsbaarheid van de natuur. Zo wil hij bijdragen aan natuurbescherming.
Het lab van de afdeling bio-analytische chemie van de Vrije Universiteit Amsterdam is de werkplek van Mátyás Bittenbinders (32). Hij promoveerde in 2024 aan de VU en is nu postdoc. Hij vertelt over zijn onderzoek en zijn grote liefde voor de natuur: ‘Ja, die liefde begon al vroeg, toen ik een jaar of twee, drie was. Volgens mijn vader had ik ontdekt dat onder de blaadjes van hortensia’s lieveheersbeestjes zaten die zich voedden met de luizen op die bladeren. Ik vond dat zo’n fascinerende ontdekking! Ik liep alle voortuinen van de straat in om steeds zo’n blad om te keren en het aan mijn vader te laten zien.’
Van lieveheersbeestjes tot gifslangen
Mátyás trekt de deur van een oversized vriezer open en haalt er een lade uit met talloze kleine buisjes. ‘Kijk, deze bevatten allemaal verschillende slangengiffen. Hier in het lab trekken we die giffen als het ware uit elkaar en delen we ze op in de verschillende giftige stoffen (toxines) waaruit ze bestaan. Zo kunnen we beter onderzoeken hoe het gif werkt in het menselijk lichaam.’
Het onderzoek naar slangengif dient twee doelen. In derdewereldlanden, vooral in Afrika en Zuidoost-Azië, overlijden jaarlijks meer dan 100.000 mensen aan de gevolgen van een slangenbeet. Niet omdat er geen antigif is, maar omdat dat dat voor de meeste mensen onbetaalbaar is.
‘Een arme boer verdient maar een paar dollar per week. Antigif van 600 euro per behandeling is dan natuurlijk onbetaalbaar. Het gevolg is dat mensen niet naar het ziekenhuis gaan en overlijden. Door te onderzoeken hoe het gif werkt, kunnen we alternatieve antigiffen vinden die veel goedkoper zijn’, vertelt Mátyás. ‘Dat onderzoek doe ik niet alleen, maar met een groep wetenschappers van over de hele wereld.’
Het tweede doel van het onderzoek is het vinden van toepassingen van toxines in medicijnen: bijvoorbeeld voor middelen tegen hoge bloeddruk of een vernauwde kransslagader. ‘Daarvoor gebruiken we trouwens niet alleen slangengif, maar ook gif van spinnen en schorpioenen,’ zegt Mátyás, terwijl hij op zijn telefoon foto’s laat zien van een grote spin met vervaarlijke gifkaken. ‘We “melken” de spinnen zelf, ook de grote, agressieve exemplaren.’
Mátyás’ nalatenschap
Bij de vraag wat hij zou willen nalaten als wetenschapper, dus in niet-materiële zin, twijfelt Mátyás even. ‘Eigenlijk zijn het twee dingen. Het onderzoek naar slangengif vind ik echt belangrijk. We hebben onszelf ten doel gesteld het aantal doden door slangenbeten in 2030 te halveren: dat is ambitieus. Het lijkt me heel mooi om later te kunnen zeggen dat ik heb bijgedragen aan het vinden van een oplossing.’
‘Maar wat ik eigenlijk nog belangrijker vind, is mensen bewust maken van de schoonheid van de natuur. Het verhaal van planten en dieren vertellen omdat ze dat zelf niet kunnen, als een soort ambassadeur. Ik richt me nu vooral op de jongere generaties, maar eigenlijk wil ik het vertellen aan iedereen die het maar wil horen.’
‘Als mensen meer van de natuur weten, gaan ze er meer van houden. En als ze er meer van houden, zijn ze ook gemotiveerder om de natuur beter te schermen. Dat is wat ik graag wil nalaten. Zo begon het bij mij ooit ook, met die lieveheersbeestjes.’


