
Moord, maar geen straf: kun je dan erven?
Leestijd: 5 minutenDe Beuningse Martelmoord verscheen gedurende bijna tien jaar steeds weer in de media. Eerst vanwege de gruwelijke daden, later omdat de broer van het slachtoffer het in de rechtszaal opnam tegen haar echtgenoot. Zou de man die zijn eigen vrouw doodde daadwerkelijk haar erfgenaam zijn? Nu de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan, is er eindelijk duidelijkheid. Alles over Erven dook in de erfrechtelijke achtergrond van deze geruchtmakende moord.
Isolatie en marteling
Hetty kreeg in 2012 een relatie met Laurent. Zij was 18 jaar ouder, had geen kinderen, wel een hechte band met haar nichtje. Al snel had het nichtje weinig contact meer met Hetty: ze reageerde niet meer op telefoontjes of berichten. In 2013 trouwden Hetty en Laurent in het geheim én in gemeenschap van goederen. Ze verhuisden naar een voor de familie onbekende plek. Het enige contact dat er nog bestond tussen Hetty en haar broer ging over de nalatenschap van hun vader, die twee jaar eerder was overleden. De nalatenschap, met onder meer een boerderij en landerijen, moest nog worden afgewikkeld.
Laurent had geen geld, alleen hoge schulden. Hij werd steeds dwingender en agressiever over de erfenis van Hetty’s ouders, bedreigde Hetty’s broer en pleegde een inbraak in een huisje van hem. Een kleine twee jaar na het huwelijk werd Hetty dood gevonden in de slaapkamer. Laurent beschuldigde Hetty’s broer ervan haar te hebben gedood. De strafrechter stelde vast dat het Laurent was die Hetty van het leven beroofde door een wekenlange fysieke en psychische marteling: doodslag was bewezen. Omdat Laurent een langdurige zware psychose had tijdens zijn daden, achtte de rechter hem volledig ontoerekeningsvatbaar. Laurent werd ontslagen van alle rechtsvervolging en kreeg TBS met dwangverpleging opgelegd.
Wie erft?
Hetty had geen testament gemaakt en dus gold de wettelijke erfopvolging. Omdat zij geen kinderen had, zou haar man en moordenaar Laurent haar enig erfgenaam zijn. Haar broer ging ervan uit dat hij de erfgenaam was, omdat Laurent zijn zus gedood had en de rechter dat vastgesteld had. De broer aanvaardde de nalatenschap (beneficiair) en vroeg de notaris om een verklaring van erfrecht. De wet kent immers een bepaling over ‘onwaardigheid’: degene die onherroepelijk is veroordeeld voor het ombrengen van de overledene, is onwaardig om te erven. De bloedige hand erft niet is daarvoor de gebruikelijke uitdrukking. Maar … dat geldt als iemand is veroordeeld voor moord of doodslag en daarvoor een straf heeft gekregen. TBS is geen straf, maar een ‘maatregel’. Laurent had Hetty wel gedood, maar had vanwege zijn psychische ziekte geen schuld en was dus niet onwaardig op grond van de tekst in de wet.
Naar de rechter
De notaris zag ruimte in de rechtspraak en gaf een verklaring van erfrecht af waarin stond dat de broer van Hetty enig erfgenaam was. De notariële tuchtrechter zag die ruimte niet: zo’n oordeel kon alleen aan de rechter zijn. In 2020 stelde Laurent dat hij de erfgenaam was. De broer van Hetty vroeg de rechter alsnog vast te stellen dat Laurent onwaardig was te erven. Het was immers onaanvaardbaar dat Laurent zou erven van de vrouw die hij zelf om het leven had gebracht. Maar bij de rechtbank kreeg Laurent gelijk: de rechtbank keek heel letterlijk naar de wet. De verontwaardiging hierover was groot, tot in de Tweede Kamer toe. Hetty’s broer ging in hoger beroep. Het Hof meende juist dat Laurent onwaardig was en keek daarbij naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hierop wendde Laurent zich tot de Hoge Raad om alsnog als erfgenaam te worden aangewezen.
Niet onwaardig, wel onaanvaardbaar
De hoogste rechter volgde een andere redenering, maar concludeerde hetzelfde als het Hof: Laurent kon niet van Hetty erven. Een uitspraak van de strafrechter vanwege volledige ontoerekeningsvatbaarheid valt niet onder het begrip ‘veroordeling’. Dat was een bewuste keuze van de wetgever. Dan kan iemand dus aanspraak maken op de erfenis van degene die hij heeft omgebracht. Echter, de Hoge Raad vindt dat er toch omstandigheden kunnen zijn waardoor iemand zonder veroordeling niet moet mogen erven: als het volgens de ‘maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is’ dat iemand erft.
Zulke bijzondere omstandigheden waren hier aanwezig. Laurent heeft Hetty op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Hij heeft zich jarenlang op agressieve en angstwekkende wijze gedragen tegenover haar, haar broer en andere familie. Hij heeft haar geïsoleerd van haar familie en vrienden. En hij heeft zich op zeer agressieve manier bemoeid met de afwikkeling van de nalatenschap van haar ouders. Het huwelijk tussen Hetty en Laurent heeft verder maar twee jaar geduurd en Laurent had alleen schulden toen ze trouwden. Ook heeft hij haar broer beschuldigd van de dood en nooit wroeging getoond of spijt betuigd over wat hij heeft gedaan. Onder deze omstandigheden kan Laurent niet Hetty’s erfgenaam zijn. Bijna tien jaar na Hetty’s overlijden staat het eindelijk vast: haar broer erft.
Kijk van de redactie
Geen achterdeur via het huwelijksvermogensrecht
Het proces tussen Laurent en Hetty’s broer ging over het erfrecht: over de vraag wie de erfgenaam was van Hetty. Er hád ook nog een achterdeur kunnen zijn waardoor Laurent alsnog een deel van Hetty’s vermogen had kunnen krijgen: het huwelijksvermogensrecht. Zij trouwden immers in algehele gemeenschap van goederen. Hetty’s vermogen bestond bijna geheel uit de erfenis van haar ouders. Erfenissen vallen in principe in zo’n algehele gemeenschap van goederen (voor huwelijken gesloten na 2017 is dat niet meer automatisch het geval, maar deze gold nog wel tussen Hetty en Laurent). En het huwelijksvermogensrecht kent geen onwaardigheid.
Door zijn schulden had Laurent zelfs méér dan de helft van de erfenis van zijn schoonouders kunnen opstrijken, zelfs als hij geen erfgenaam mocht zijn. In dat geval had de rechter ook voor het verdelen van de gemeenschap van goederen moeten kijken naar die maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Gelukkig hadden Hetty’s ouders een uitsluitingsclausule opgenomen in hun testament. Met zo’n uitsluitingsclausule wordt de erfenis niet gedeeld met de partner in de algehele gemeenschap van goederen. Met andere woorden: de erfenis van haar ouders bleef privébezit van Hetty. Daarmee hadden haar ouders dus voorkomen dat Laurent via het huwelijksvermogensrecht alsnog recht had op een deel van hun erfenis.



