
Roos Vonk: 'Probeer in harmonie een oplossing te vinden die iedereen recht doet'
Leestijd: 10 minutenJe doet onderzoek naar het menselijk ego. In hoeverre speelt het ego een rol bij conflicten over nalatenschappen en (levens)testamenten?
‘Een hele grote rol denk ik! Eigenlijk is het ego een dwingend stemmetje dat roept: “doe ik ertoe? ik wil er ook bij horen!”. Ook in situaties rond erven en nalaten kan het opspelen. Mensen kunnen zich om allerlei redenen niet gehoord of erkend voelen. Iemand vraagt zich bijvoorbeeld af waarom hij of zij niet betrokken is bij het verdelen van de nalatenschap.
Daarnaast speelt het verschijnsel “naïef realisme”. Dat houdt in dat je de wereld bekijkt met een gekleurde bril: je neemt de wereld op een bepaalde manier waar en denkt dat dit de realiteit is. Maar de ander, die vanuit zijn of haar perspectief kijkt, denkt dat ook. Mensen zijn zich hiervan meestal niet bewust. Hierdoor kunnen conflicten ontstaan en escaleren. En dan zijn er nog de emoties…’
Die zijn volgens jou geen goede raadgever?
‘Nee, meestal niet. Er kunnen rond nalatenschappen en testamenten allerlei emoties zijn. Zo kan onvrede die binnen een familie al langere tijd sluimerde door een uitvaart opeens loskomen, ook omdat dan allerlei belangrijke beslissingen genomen moeten worden. Vaak is er verdriet als iemand overleden is. Of iemand is boos omdat een ander iets krijgt wat hij of zij graag had willen hebben. Iets oneerlijk vinden: dat is dé manier om iemand kwaad te krijgen. Als je kwaad op iemand bent, kun je niks leuks meer over diegene bedenken, terwijl je dat later, als de emotie over is, wel kunt. Emoties kunnen namelijk je blik vertroebelen. Ze zorgen voor blikvernauwing, waardoor je je niet meer in het perspectief van de ander kunt inleven. Daar kun je zelf veel last van hebben, maar ook voor de ander is dat niet prettig. Emoties leiden dan niet tot verbinding met anderen, terwijl dat wel is waar iedereen ten diepste naar verlangt.’
Hoe voorkom je “botsende ego’s” en dat emoties met je aan de haal gaan?
‘Op zich is het hebben van een ego niet alleen maar slecht; het ego heeft ook een beschermende functie. Maar het is wel belangrijk dat je je bewust bent van je ego en dat jij, maar een ander dus ook, door een gekleurde bril kijkt. De meeste mensen denken dat zij zichzelf goed kennen, maar anderen kennen jou meestal beter. Daarom zou je meer moeten luisteren naar hun feedback. Het is dus belangrijk te leren om feedback te ontvangen en te geven, en dat op een manier die het ego een beetje spaart. Je kunt je ego namelijk niet uitzetten. Maar in plaats van jezelf te verheffen kun je wel leren tot zelfverbetering te komen. Of om andere motieven te vinden die meer verbinding met de ander mogelijk maken. Dit kan op allerlei manieren, die ik samen “mentale hygiëne” noem.’
Wat houdt dat in?
‘Vergelijk het met het trainen van je spieren: dat gaat ook niet vanzelf. Die moet je ook fit houden met allerlei oefeningen en voldoende beweging. Hetzelfde geldt voor je brein en je bewustzijn. Die moet je scherp houden door ze vaak te gebruiken. Naarmate je dit vaker doet, zal het makkelijker gaan; je zult bepaalde reacties en emoties sneller herkennen. Maar het zal nooit vanzélf gaan. Je moet er elke dag weer aan werken.’
Een manier om regie te houden over je ego is volgens jou compassie, voor jezelf en anderen.
‘Ja, wees een beetje mild voor jezelf en voor anderen. Bedenk dat we allemaal mensen zijn met gebreken en dat we het met elkaar zullen moeten doen. Met compassie voor jezelf bedoel ik overigens niet dat je jezelf aanpraat dat je goed bent zoals je bent. Je moet jezelf ook aansporen tot verbetering en het verbreden van je horizon. Anders doe je jezelf tekort.’
Sommige deskundigen zeggen dat verschillende generaties niet meer de vaardigheden hebben geleerd om de ander goed te begrijpen en te respecteren. Hoe zie jij dit?
‘Mensen zijn van nature groepsdieren, die heel goed in staat zijn om snel en intuïtief een beeld van anderen te vormen en samen te werken. Onze voorouders leefden ook in groepen van verschillende generaties. Het probleem is meer dat het vormen van groepen óók in onze aard zit. Als mensen dezelfde overtuigingen hebben, zorgt dat voor verbinding. Dat zich verbonden voelen is in de evolutie van de mens heel belangrijk geweest om te kunnen overleven. Maar inmiddels leven we allang niet meer in een wereld waarin we ieder eigen taken hadden en daarom gewaardeerd werden, en waarin we nauw met elkaar moesten samenwerken om te overleven. De wereld van nu, met sociale media, mobiele telefoons en de hectiek van de dag waarbij mensen vaak veel ballen in de lucht moeten houden, is veel complexer. Daarvoor zijn hogere mentale vaardigheden nodig, en die gebruiken we niet genoeg.’
Steeds meer conflicten ontstaan over (levens)testamenten en erfenissen, door groter vermogen en samengestelde gezinnen. Hoe zie jij dit als sociaal psycholoog?
‘Een groeiend aantal gebroken gezinnen, steeds meer kinderen die geconfronteerd worden met nieuwe partners van hun ouders. Steeds meer ouders en grootouders die te maken krijgen met aangetrouwde kinderen en kleinkinderen, en ook de alsmaar complexer wordende financiële zaken waarbij we betrokken kunnen zijn: al deze maatschappelijke ontwikkelingen kunnen tot meer conflicten leiden. Als psycholoog en vanuit mijn vakgebied denk ik dat ook het toegenomen narcisme in onze cultuur een rol kan spelen. Vroeger werd je opgevoed met de boodschap “haal je maar niks in je hoofd, je bent niet bijzonder”, je moest respect hebben voor anderen. Nu wordt steeds meer kinderen geleerd dat ze heel bijzonder zijn, unieker dan anderen, terwijl die anderen dit hun kinderen óók leren. Op zich is het normaal dat mensen door een wat rooskleurige bril naar zichzelf en naar hun kinderen kijken. Maar als je anderen niet meer als gelijkwaardige partners ziet, wordt het narcistisch en volgens sommige onderzoekers is dat toegenomen in onze samenleving.
We zwelgen in het eigen gelijk en iedereen meent op van alles recht te hebben. Ook bij situaties rond erven en nalaten kan dit een voedingsbodem zijn voor conflicten. Terwijl je ook met elkaar om de tafel kunt gaan zitten en constateren dat iedereen verdrietig is en verschillende belangen heeft, en − met respect voor degene die overleden is en hoe die een en ander had geregeld − samen in harmonie een oplossing probeert te vinden die iedereen recht doet. Dan kijk je door de bril van de groep in plaats van alleen door je eigen bril.’
In je boek stel je dat ook de mens als soort een ego heeft. Hoe zit het met de feedback van anderen?
‘Als soort hebben we eveneens centraal gesteld dat iedereen − in dit geval andere soorten − die ons in de weg zit, moet wijken. Die andere soorten zijn ondergeschikt aan het mensenbelang. Ook dat is in wezen narcisme. Maar de mens als soort staat op het punt om van moeder der natuur wel een les in nederigheid te krijgen.’
Waar zou je graag nog eens onderzoek naar doen?
‘Ik heb al verschillende onderzoeken gedaan naar mens-dier-relaties en ga daar zeker mee door. Ik merk dat ook studenten daarin erg geïnteresseerd zijn, bijvoorbeeld naar hoe we mensen bewuster kunnen maken van dierenleed en van klimaatverandering ten gevolge van vleesconsumptie. Zo hebben we onderzocht waarom mensen die geen vlees eten vaker irritant worden gevonden, en hoe je die irritatie kunt verminderen. Maar daadwerkelijk voor elkaar krijgen dat minder mensen vlees eten: daar is nog een lange weg te gaan. Later dit jaar ga ik een hoofdstuk schrijven voor een boek waaraan verschillende sociale wetenschappers uit de hele wereld op dit terrein een bijdrage leveren. Sommigen doen in dat kader al jaren onderzoek. Wetenschap gaat in hele kleine stapjes, je bouwt met zijn allen en staat op de schouders van anderen.’
Hoe houd jij je ego in toom?
‘Ik denk natuurlijk ook dat ik gelijk heb, maar ik vind het ook erg leuk om geprikkeld te worden door mensen met een andere kijk. Ik zie dat als een verrijking. Door je in te leven in anderen en hun perspectieven te bezien, kietel je je brein. Dit probeer ik ook in mijn boeken te doen. Van anderen krijg ik vaak de feedback dat dit goed is gelukt. Maar ik moet de tips die ik in mijn boek geef, over hoe je je ego in toom houdt, ook wel echt op mezelf toepassen. Het gaat niet vanzelf.’
Wat hoopt Roos Vonk zelf na te laten?
‘Als ik echt letterlijk naar mijn nalatenschap kijk: die heb ik een jaar of tien geleden geregeld, maar ik moet daar wel weer eens naar kijken. Meer in het groot zie ik ook mijn boeken als nalatenschap, al is dat niet de reden dat ik ze schrijf. Zo’n stelling over het narcisme van de mensheid als soort bijvoorbeeld: daarvoor is de tijd nog niet rijp, merk ik. Maar wie weet denkt men over een jaar of vijftig: “Die Vonk had toch wel een punt”’. Ik ben ook wel eens bang dat we het ons tegen die tijd helemaal niet meer kunnen permitteren om boeken te lezen, omdat we veel te druk zijn met overleven in een wereld waarin het water ons aan de lippen staat. Dan zullen steeds meer mensen het recht in eigen handen nemen en zal het aantal conflicten toenemen. Gaan we op de huidige weg door, dan zal de nalatenschap van ons allen nihil zijn. Ik realiseer me dat dit een sombere boodschap is. Maar we krijgen al zoveel duidelijke signalen dat we niet kunnen doorgaan zoals we nu doen. Mensen zeggen vaak: de mens is flexibel en past zich wel aan. Maar kijk naar wat we doen, we weten dit al decennia en zijn helemaal niet in staat geweest ons gedrag aan te passen.’



