
‘Veel dingen zien er te bedacht uit’
Leestijd: 5 minutenIn 1983 ontwierp Gerard van den Berg de eetkamerstoel Chaplin. Het werd een icoon. Nog altijd is het model een begrip op de high-end meubelmarkt. De ideeën liggen letterlijk voor je neus, volgens Gerard. Een gezellig samenzijn met vrienden en een tekort aan stoelen vormden de basis voor het ontwerp.
Gerard: ‘Ik woonde destijds in Dongen, waar ik samen met mijn broer Ton een meubelbedrijf was begonnen. Ik had een huis laten bouwen in het bedrijfspand. Toen dat af was kwamen vrienden en familie op visite, het was een dolle boel. Op een zeker moment hadden we stoelen tekort en iemand haalde een campingstoel tevoorschijn. Een ander gooide er een slaapzak overheen en mijn blik viel daarop. Ik dacht, hoe leuk is dat: een stoel met een dun, metalen onderstel, met als zitting alleen een matje en dan een fluffy hoes eroverheen, net zoals die slaapzak. Ik ben behoorlijk visueel ingesteld en kijk vaak net even anders naar de dingen om me heen.’
Dia’s
Gerard broedde op zijn idee en ontwierp de fauteuil Charly, die al snel een broertje kreeg met dezelfde kenmerken: de eetkamerstoel Chaplin. ‘In het begin liep de verkoop wat stroef, totdat de Chaplin werd opgepikt door de glossy bladen. Hoe dat zo kwam? Ik belde gewoon op naar de redactie van de Avenue en zei dat ik toevallig in Amsterdam moest zijn en of ik een paar dia’s kon laten zien. Sommige redacties hadden een lichtbak voor dia’s en andere hielden ze gewoon tegen het licht aan. Zo ging dat in die tijd. Na publicatie in meerdere magazines werd de Chaplin een begrip en ging het als een raket.’
Minimumloon
‘Ik was 22 jaar toen ik als meubelontwerper startte. Ik had de MTS meubelfabricage gedaan en was daarna op reis gegaan. Het was hippietijd en al liftend ben ik naar het Midden Oosten gegaan, naar Marokko, Afghanistan, noem maar op. Vanuit Kabul schreef ik een brief aan mijn vader. Hij had een meubelfabriek en ik stelde voor om na mijn reis meubels voor hem te gaan ontwerpen. Dat vond hij goed, hij bood me het minimumloon aan. “Prototypes moet je zelf maar maken, met hulp van de modelmaker,” zei hij. Ik ben best technisch, maar heb zo veel geleerd van die man. Je ontdekt wat wel en wat niet werkt in de praktijk.’
Namaak
Producten die succesvol zijn, worden al snel gekopieerd. Dat gebeurt ook met de Chaplin.
Gerard: ‘Ik was een keer in Israël bij een kennis en ik zag een paar Chaplins staan. Ik voelde aan de onderkant en wist meteen dat het namaak was. Men verandert wat details, zoals de knoppen op het onderstel, dan heb je geen poot om op te staan. Maken ze jouw model té precies na, dan kun je wel een zaak aanspannen. Er is een groot, grijs gebied en ik heb er niet altijd zin in. Ik lig er sowieso niet schuimbekkend van in mijn bed, omdat ik weet dat het originele model uniek is en blijft.’
Royalty’s
Gerard: ‘De eigenschappen van een tijdloos ontwerp? Het belangrijkste: het principe moet simpel zijn. Veel dingen zien er te bedacht uit en dat voelen mensen. Als je door je oogspleten naar de Chaplin kijkt, zie je eigenlijk een heel simpel, lekker stoeltje. Een zitmeubel moet “lekkerheid” uitstralen. Ik verwacht dat de Chaplin nog heel lang blijft lopen. Dat ben ik zelf ook van plan. Ik ben 77 en ontwerp nog steeds. Ook schilder ik al mijn hele leven.’
Gerard heeft een testament gemaakt waarin hij een van zijn vier kinderen heeft aangewezen als executeur: zijn dochter moet zorgen dat meubelbedrijven na Gerards dood de royalty’s van zijn modellen aan zijn erfgenamen betalen. Volgens Gerard duurt dat nog even: ‘Ik zei laatst tegen mijn vrouw: “We gaan gewoon beginnen om 102 te worden.”


