
Zoeken naar erfgenamen
Leestijd: 6 minutenWanneer een overledene geen testament heeft opgemaakt en er moet worden gezocht naar de wettelijke erfgenamen, komen de onderzoekers van het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis in beeld. Zij stellen jaarlijks honderden overzichten op voor notarissen en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), dat verantwoordelijk is voor de afwikkeling van onbeheerde nalatenschappen.
De procedure is vrij eenvoudig. Notarissen of het RVB sturen een mail naar expertise@cbg.nl en de erfgenamenonderzoekers gaan aan de slag. Wanneer een overledene een echtgenote en/of kinderen achterlaat, zijn zij de wettelijke erfgenamen. In zo’n geval is onderzoek meestal niet nodig; de notaris kan de erfgenamen zelf opzoeken in de Basisregistratie Personen (BRP). Was de erflater ongehuwd en/of kinderloos, dan komen zijn of haar broers en zussen in aanmerking voor de nalatenschap en wordt veelal het CBG ingeschakeld. Als de erflater enig kind was, wordt verder gezocht naar nakomelingen van de grootouders aan beide zijden. In zeldzame gevallen hadden ook de ouders van de overledene geen broers en zussen. Dan gaat het onderzoek nog een stapje verder naar de nakomelingen van de vier overgrootouderparen. Zo kunnen de overzichten die het CBG maakt oplopen van één tot soms wel meer dan twintig pagina’s. In het laatste geval levert dit ook voor de notaris weer veel werk op, want die moet dan soms ingewikkelde berekeningen maken om precies vast te stellen wie recht heeft op welk deel van de nalatenschap.
Unieke collectie
Om het onderzoek te kunnen uitvoeren, hebben de CBG-experts een aantal bronnen tot hun beschikking. Ten eerste is daar het Nationaal Register van Overledenen, dat in beheer is bij het CBG. Het bevat een omvangrijke en unieke collectie persoonskaarten, de vorm van bevolkingsregistratie die in 1939 in Nederland is ingevoerd. Elke inwoner kreeg toen een eigen kaart waarop niet alleen de eigen personalia staan vermeld, maar ook de namen van ouders én kinderen. Het CBG beschikt over de persoonskaarten van alle personen die ten tijde van hun overlijden in een Nederlandse gemeente waren ingeschreven – ongeacht hun nationaliteit. De kaarten van geëmigreerde personen zijn overgebracht naar het Vestigingsregister in Den Haag en kunnen daar worden aangevraagd. Wrang genoeg betreft dit ook de kaarten van het merendeel van de personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gedeporteerd – dit werd destijds bestempeld als ‘emigratie’.
Trouwjaar
Persoonskaarten zijn een onmisbaar hulpmiddel voor de onderzoekers; niet alleen voor de professionals, maar ook voor iedereen die zijn of haar stamboom wil uitpluizen. Maar er zijn valkuilen. Kinderen werden doorgaans alleen bijgeschreven op de persoonskaart van het gezinshoofd, in de meeste gevallen de man. In geval van een vroeg overlijden of echtscheiding werden de kinderen overgeschreven op de kaart van de moeder. Maar wat als een man is gestorven vóór de geboorte van zijn laatste kind? Dan staat de naam van het kind wel op de kaart van de moeder, maar niet op die van de vader, want die werd na zijn dood niet bijgewerkt. Als een vrouw snel hertrouwde, kan het zelfs zijn dat een kind niet alleen op haar kaart en die van haar eerste echtgenoot ontbreekt, maar wel wordt vermeld op de kaart van de stiefvader. Ten slotte moet goed worden gelet op het jaar waarin de houder van de kaart is getrouwd. Is dit ergens rond of voor 1920, dan kan het zijn dat de (oudste) kinderen al volwassen waren toen de kaarten in 1939 werden ingevoerd, en het huishouden hadden verlaten. In dat geval hadden ze een eigen kaart en werden niet meer vermeld op de kaart van de vader.
Uitgebreide verzameling
Voor eerdere generaties kan dus niet meer (volledig) worden vertrouwd op persoonskaarten, en zoeken de experts verder in andere bronnen, zoals de CBG-database WieWasWie, die persoonsgegevens bevat van ruim 230 miljoen personen uit onder meer de burgerlijke stand, bevolkingsregisters en de doop-, trouw- en begraafboeken. In deze laatste werden levensgebeurtenissen vermeld vóór de invoering van de burgerlijke stand in 1811. Verder heeft het CBG een uitgebreide verzameling familieadvertenties, Indische paspoortaanvragen uit de periode 1950-1959, een bibliotheek met talloze genealogieën en naslagwerken, oorlogsbronnen, etc.
Risico
De meer recente generaties leveren een andere uitdaging op. Toen de BRP in oktober 1994 werd gedigitaliseerd, bleven de persoonskaarten van mensen die op dat moment nog in leven waren achter bij de gemeente waar ze woonden, en werden niet overgebracht naar het CBG. Voor personen die na oktober 1994 zijn overleden heeft het CBG alleen de beschikking over een zogenoemde persoonslijst, een uittreksel uit het digitale Nationaal Register van Overledenen, dat is gekoppeld aan de BRP. Helaas waren gemeenten bij de digitalisering van de BRP niet verplicht namen van kinderen geboren voor 1966 te koppelen aan de gegevens van de ouders. Als de overledene dus voor 1966 is getrouwd bestaat het risico dat de lijst niet compleet is, en moet de originele persoonskaart worden opgevraagd bij de betreffende gemeente. Veel notarissen zijn zich hier niet van bewust, wat tot pijnlijke situaties kan leiden als de nabestaanden een verklaring van erfrecht laten opstellen en er een of meer kinderen ontbreken.
Jacqueline Verkleij is erfgenamenonderzoeker CBG |Centrum voor familiegeschiedenis


