Onze specialisten
Weet u al welk type specialist u nodig heeft? Vind ze gemakkelijk via ons overzicht.
Goede doelen hebben in de erfbelasting een speciale positie: als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, hoeven zij geen erfbelasting te betalen over erfenissen en legaten die zij krijgen. Hoe dat werkt, leest u hieronder.
Leestijd: 5 minuten
Als een goed doel een zogeheten ANBI of SBBI is, dan hoeft het geen erfbelasting te betalen als het een erfenis krijgt. Het maakt niet uit of het een legaat betreft of een erfdeel (dan is het goede doel erfgenaam). De erfbelasting over dat wat het goede doel krijgt uit de erfenis, is nul.
Een ANBI en een SBBI zijn instellingen die een algemeen nut dienen, of een sociaal belang (ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling en SBBI voor Sociaal Belang Beogende Instelling). Een goed doel kan deze status toegekend krijgen als ze zich bijna helemaal inzetten voor het algemene belang. Hier zijn specifieke eisen voor, die de belastingdienst controleert. Of een instelling als ANBI is aangemerkt, kunt u nagaan op de website van de Belastingdienst.
Als een stichting bijvoorbeeld ook een persoonlijk belang dient (zoals het verhuren van onroerend goed tegen een te lage prijs), dan is deze geen ANBI. Verenigingen zoals sport- of toneelverenigingen zijn meestal geen ANBI. Zij kunnen misschien wel als SBBI worden aangemerkt, vanwege het sociale belang dat zij dienen. De Belastingdienst publiceert helaas niet of een instelling wordt aangemerkt als SBBI.
Een tweede eis voor het toepassen van de vrijstelling, is dat er in het testament niet een voorwaarde gekoppeld mag zijn aan de verkrijging die juist weer een persoonlijk belang dient. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een legaat van een kunstcollectie onder de voorwaarde dat één van de schilderijen bij een familielid thuis aan de muur moet hangen.
Of het benoemen van een goed doel in uw testament ook erfbelasting bespaart, hangt van de precieze situatie af. Vaak is dat wel het geval. Voor deze vergelijking is natuurlijk de vraag waar de erfenis heen zou gaan zónder dat een goed doel benoemd wordt.
Als u een partner heeft en een vermogen dat lager is dan de vrijstelling dan zou uw partner ook geen erfbelasting betalen bij uw overlijden. In die situatie is er dus geen sprake van een besparing. In veel andere situaties is dat wel het geval. Als er geen partner of (klein)kinderen zijn, loopt het verschil al snel op: de vrijgestelde bedragen voor anderen zijn laag en de tarieven zijn hoger. Voor iedereen die geen partner, kind of kleinkind is, is het tarief van de erfbelasting namelijk 30%, oplopend tot 40%.
Zie voor de precieze vrijgestelde bedragen en tarieven in het hoofdstuk over erfbelasting.
Weet u al welk type specialist u nodig heeft? Vind ze gemakkelijk via ons overzicht.
Een paar voorbeelden laten zien hoe de erfbelasting uitpakt in verschillende situaties.
De bedragen zijn gebaseerd op een overlijden in het jaar 2021.
Goed doel krijgt een ‘kindsdeel’
Moeder heeft 3 kinderen. Zij heeft geen partner meer. De nalatenschap van moeder bedraagt 480.000 euro. Zij overweegt een deel aan een goed doel na te laten, alsof dat een vierde kind is.
De 3 kinderen erven samen, ieder 1/3e, dus 160.000 per persoon. De erfbelasting is 14.868 per persoon, dus in totaal 44.604 euro.
De 3 kinderen zijn erfgenaam, het goede doel krijgt een legaat ter grootte van een kindsdeel. Ieder krijgt dus 1/4e: 120.000. De erfbelasting per kind is 9.871 euro. Het goede doel betaalt geen erfbelasting.
Het totaal aan erfbelasting is 29.613 euro.
In dit voorbeeld zou het verschil in erfbelasting dus bijna 15.000 euro zijn. Uiteraard is het wel zo dat de kinderen ook minder vermogen uit de nalatenschap erven.
Goed doel, broers en zussen
Ans is 85. Zij heeft geen kinderen of partner. Haar 4 broers en zussen leven allemaal nog. Haar vermogen is 500.000 euro, inclusief de inboedel ter waarde van 50.000.
Ans overweegt een goed doel te benoemen als erfgenaam. De inboedel zou dan voor de broers en zussen zijn.
De 4 broers en zussen erven samen alles. Ieder krijgt 125.000. De erfbelasting is 36.826 per persoon, dus in totaal 147.304.
Het goede doel is erfgenaam en erft 450.000. De broers en zussen erven samen de inboedel, ieder ter waarde van 12.500. De erfbelasting is 3.076 persoon. Het goede doel hoeft geen erfbelasting te betalen. De totale erfbelasting is 12.304 euro.
Het verschil in erfbelasting zou hier 135.000 euro bedragen.
De daadwerkelijke erfbelasting en eventuele besparingsmogelijkheden zijn afhankelijk van de feitelijke situatie. Ook spelen er natuurlijk veel meer overwegingen mee bij de afweging of u iets aan een goed doel wilt nalaten. Verder kan schenken aan een goed doel, dus tijdens uw leven, ook interessant zijn als u toch iets wilt nalaten aan een bepaalde instelling. De besparing van belasting is dan mogelijk hoger wegens de ‘giftenaftrek’. Of dat voor u aantrekkelijk is, hangt af van uw fiscale situatie en van uw andere overwegingen.
De mogelijkheden en afwegingen kunt u bespreken met een notaris of een estate planner. Ook kunt u met het goede doel zelf bespreken wat uw wensen zouden zijn en hoe dat vorm te geven is. Daar leest u hier meer over.
Zie voor meer informatie hierover ook: Erfenis nalaten een goed doel: hoe doe je dat?
Beantwoord een aantal vragen om er achter te komen welke specialist u nodig heeft in uw traject.
Dit duurt ongeveer 3 minuten.
Marije de Rooij is familie-adviseur en mediator. Als mediator richt zij zich op uiteenlopende familiezaken, waaronder kwesties rond nalatenschappen en familiebedrijven. Ook begeleidt zij gesprekken tussen familieleden die voor een ingewikkelde juridische of zakelijke kwestie staan en juist een conflict willen voorkomen.
Achter de muren van de stallen van Paleis Het Loo schuilen talloze persoonlijke verhalen. Hoe was het om te wonen en werken [...]
Wekenlang zoeken naar bankafschriften en pensioenpapieren terwijl je rouwt: Catharina en Conny maakten het mee en willen [...]
Bioloog Matyas Bittenbinder doet niet alleen belangrijk onderzoek naar slangengif, hij werpt zich ook op als ambassadeur [...]
Hoe lang duurt het voordat ik de definitieve aanslag erfbelasting krijg?
Als u erfgenaam bent, moet u samen met eventuele andere erfgenamen aangifte doen voor de erfbelasting. Als er een executeur is aangewezen in het testament van de overledene, moet de executeur de aangifte doen. Ook is het mogelijk dat de gezamenlijke erfgenamen een gevolmachtigde aanwijzen om de aangifte te doen.
De aangifte moet gedaan worden binnen 8 maanden na het overlijden. Normaal gesproken zou u binnen 3 maanden na de aangifte een definitieve aanslag erfbelasting moeten ontvangen.
In bepaalde situaties kunt u uitstel aanvragen of alvast een voorlopige aanslag vragen. Vooral als de waarde van bepaalde bezittingen nog niet duidelijk is, kan dat gewenst zijn. De belastingdienst verleent in principe uitstel voor 5 maanden.
Als er een huis verkocht moet worden en de verkoopopbrengst is nog onduidelijk, dan is het misschien niet nodig om uitstel aan te vragen: het uitgangspunt voor de erfbelasting is de WOZ-waarde van de woning.
Met het oog op heffingsrente kan het verstandig zijn een voorlopige aanslag aan te vragen. Op een verzoek voor een voorlopige aanslag zou u binnen 3 weken reactie moeten krijgen. De belasting moet dan wel binnen 6 weken betaald worden.
Als u aangifte doet binnen 8 maanden na het overlijden en deze is in één keer correct, dan rekent de belastingdienst geen heffingsrente. Overigens wordt de heffingsrente wordt niet gerekend voor overlijdens tussen 1 januari 2017 en 31 december 2020, omdat de belastingdienst achterstanden in de verwerking had. Voor overlijdens vanaf 1 januari 2021 geldt de heffingsrente weer.
Moet ik erfbelasting betalen over het kindsdeel van mijn kinderen? Of mijn stiefkinderen?
Als uw echtgenoot of geregistreerd partner is overleden en u had samen kinderen, dan is vaak de zogenaamde wettelijke verdeling van toepassing. Ook als uw partner kinderen had uit een eerdere relatie, kan de wettelijke verdeling gelden.
Als langstlevende krijgt u dan alle bezittingen en schulden van de nalatenschap van uw overleden partner. De kinderen krijgen een vordering op u ter grootte van wat vaak het kindsdeel wordt genoemd: het erfdeel van de kinderen. U als achterblijvende partner moet in deze situatie alle schulden van de nalatenschap betalen, ook de erfbelasting over de erfdelen van de kinderen. Zij krijgen immers nog niets in handen: de bezittingen van uw echtgenoot gaan naar u. U moet dan ook de erfbelasting voor de kinderen voor uw rekening nemen. Dit geldt als u kinderen samen met uw overleden partner had en ook als uw partner kinderen had uit een eerdere relatie.
De belasting die u voor het kind betaald heeft, wordt afgetrokken van de waarde van zijn vordering op u. Of andersom: uw schuld aan het kind wordt verlaagd met het bedrag van de belasting die u voor hem heeft voorgeschoten.
Als er geen wettelijke verdeling is en de kinderen hun erfdeel direct krijgen, moeten zij de erfbelasting zelf betalen.
Er kan ook sprake zijn van een vruchtgebruik-testament. Vaak is dan in het testament ook een bepaling opgenomen over de betaling van de erfbelasting.
In het hoofdstuk over erfbelasting kunt u meer lezen over de belasting over de erfenis.
Wanneer moet een erfenis opgegeven worden voor de inkomstenbelasting?
Laten we beginnen bij de vraag: is een erfenis inkomen? Nee, een erfenis wordt niet gezien als inkomen, maar wordt wel onderdeel van uw vermogen. Omdat in Nederland de waarde van uw vermogen van belang is voor de inkomstenbelasting, is een erfenis dus toch van invloed voor uw aangifte inkomstenbelasting.
Als u vermogen ontvangt uit een nalatenschap (u bent erfgenaam of krijgt een legaat), dan groeit uw eigen vermogen daarmee. Op het moment van overlijden van de erflater, gaat zijn vermogen over naar zijn erfgenamen. Als het vermogen aan u toebedeeld is na de verdeling, en (bijvoorbeeld) het geld op uw rekening staat, dan is uw vermogen zichtbaar gegroeid. Maar ook als de verdeling pas later plaatsvindt, is uw vermogen toegenomen. U heeft dan een vordering op de nalatenschap, en deze vordering heeft een waarde.
In uw eigen aangifte inkomstenbelasting moet u de totale waarde van uw vermogen op 1 januari vermelden voor de vermogensrendementsheffing (box 3). Dat is dus inclusief het vermogen dat u gekregen heeft uit de nalatenschap, of de vordering die u heeft op de nalatenschap (het onverdeelde aandeel in de nalatenschap).
Erfbelasting die u nog moet betalen over de erfenis mag u opvoeren bij de schulden in box 3.
Een voorbeeld:
Stel dat uw vader is overleden in oktober van jaar 2025. De verdeling gebeurt waarschijnlijk pas in de volgende zomer (2026).
Wettelijke verdeling
Als uw ouder is overleden en de wettelijke verdeling was van toepassing – wat het geval kan zijn als uw andere ouder nog leeft, of uw overleden ouder opnieuw getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had – dan is de situatie anders.
De langstlevende heeft alle bezittingen en schulden uit de nalatenschap gekregen en u heeft een vordering gekregen. Deze vordering hoeft u niet op te geven als bezitting in box 3. Deze vordering is namelijk gedefiscaliseerd: hij is niet relevant voor de inkomstenbelasting.
Dit betekent ook dat de langstlevende deze schulden niet mag aftrekken van de waarde van haar (of zijn) bezittingen. De schuld uit de wettelijke verdeling is geen schuld voor de inkomstenbelasting / box 3.
Erft u onroerend goed?
Let op! Als u onroerend erft, kan het anders liggen:
1. Als u als erfgenaam de woning zelf als eigen woning gaat betrekken: De woning wordt dan in box 1 in de belastingheffing betrokken. Het is afhankelijk van uw persoonlijke situatie per wanneer dit is. Raadpleeg in dat geval een belastingadviseur.
2. Als u vruchtgebruik van een woning erft, ligt de situatie voor de inkomstenbelasting nog weer anders. Raadpleeg ook dan een belastingadviseur.
Als het de eigen hoofdwoning betreft, let er dan ook op dat het vruchtgebruik binnen twee jaar na overlijden moet worden afgegeven (via een notariële akte) om vanaf het overlijden van de eigen woning-regeling in de inkomstenbelasting gebruik te kunnen maken.
Wie betaalt de erfbelasting?
Degene iets verkrijgt uit een nalatenschap, is de belastingplichtige voor de erfbelasting. Dat betekent dus dat de erfgenaam of legataris (degene die een legaat krijgt uit de nalatenschap) de erfbelasting moet betalen.
Soms werkt het anders met de daadwerkelijke betaling van de erfbelasting. Dat is het geval bij een zogenaamde verkrijging vrij van recht en bij de wettelijke verdeling. Hoewel de erfgenaam en legataris ook dan wel officieel de belastingplichtige zijn, hoeven zij in die situaties niet zelf de erfbelasting te betalen. Dit wordt dan gedaan door de nalatenschap of door de langstlevende echtgenoot of partner.
Het komt vrij vaak voor dat de erflater (de overledene) in zijn of haar testament bepaald heeft dat een legaat vrij van recht is. Dit houdt in dat de legataris (de persoon die het legaat ontvangt) geen erfbelasting betaalt over het bedrag dat hij uit de nalatenschap krijgt, of het schilderij, of andere bezittingen. Het was dan de bedoeling van de erflater dat de legataris het legaat ‘netto’ ontvangt.
De erfbelasting is dan onderdeel van de kosten van de nalatenschap. De nalatenschap (ook wel de boedel genoemd) betaalt de belasting over het legaat. In feite betalen de gezamenlijke erfgenamen dus de belasting over dat legaat.
De berekening hiervan is wat ingewikkeld, want de belasting die de legataris als het ware cadeau krijgt, geldt óók als een verkrijging. En is dus ook belast met erfbelasting. Of in netto/bruto-termen uitgelegd: het legaat wordt gebruteerd voor de berekening van de erfbelasting. Ook deze belasting wordt door de nalatenschap betaald.
De wettelijke verdeling is het uitgangspunt van de wet als iemand overlijdt en een echtgenoot of geregistreerd partner en kinderen achter laat. Als deze van toepassing is, krijgt de langstlevende echtgenoot of partner (de ‘langstlevende’) alle bezittingen én schulden van de nalatenschap. De kinderen zijn wel erfgenaam, maar krijgen alleen een vordering in geld op de langstlevende. Zij hebben pas recht op betaling van die vordering als de langstlevende ook overlijdt.
De langstlevende krijgt niet alleen alle bezittingen (zoals huis, geld, inboedel), maar ook alle schulden, inclusief de te betalen erfbelasting. Ook over de erfdelen van de kinderen, ook wel bekend als het kindsdeel. De achterblijvende partner schiet dus eigenlijk de erfbelasting voor de kinderen voor, omdat zij zelf nog niets krijgen waar ze de belasting mee zouden kunnen betalen.
In het hoofdstuk over Erfbelasting kunt u meer informatie vinden.